Katholiek onderwijs

juridisch kader RKG

Juridisch statuut van het godsdienstonderwijs

Aanwending van de lestijden

De overheid voorziet een aparte subsidiëring voor de lestijden godsdienst. Deze lestijden zijn enkel bedoeld voor de levenbeschouweijke vorming van de kinderen en mogen dus enkel daartoe gebruikt worden. Daarom worden in elke klas van het lager onderwijs wekelijks 3 lestijden godsdienst gepland. Twee lestijden worden daartoe door de overheid gesubsidieerd. Daaraan wordt - in afspraak tussen de bisschoppen en het VVKBaO - een derde lestijd uit het gewone lestijdenpakket toegevoegd.

In het document Aanwending van de onderwijstijd in het katholiek onderwijs geeft het VVKBaO aan dat voor het vak godsdienst 10 procent van de lestijd wordt voorzien. Dat komt neer op 3 lestijden.

De naleving van de opdrachtverplichting is een verantwoordelijkheid van elke leerkracht met een opdracht godsdienst. De directeur draagt hierin een medeverantwoordelijkheid. De inpecteur-adviseur RKG houdt hierop toezicht.  

Het mandaat

Het mandaat is de bevestigng van het vertrouwen van de bisschop in de leerkracht voor wat betreft het godsdienstonderwijs. Het drukt de relatie uit tussen de bisschop en de leerkracht die in zijn naam in staat voor het godsdienstonderwijs.

Een mandaat wordt verleend op basis van: doopsel, opleiding en engagement.

Voordracht bij aanstelling

Strikt genomen is er voor elke aanstelling (een contractuele overeenkomst tussen de leerkracht en de school) in een opdracht in het godsdienstonderwijs voorafgaandelijk een aparte voordracht door de kerkelijke overheid nodig, ook voor klastitularisen met een opdracht godsdienst in hun eigen klas.

In katholieke scholen wordt voor de klastitularissen met een opdracht godsdienst deze procedure vereenvoudigd. Scholen vermelden voor een leerkracht met een jaaropdracht op het 'inlichtingenformulier godsdienst' het mandaatnummer in. Bij een tijdelijke aanstelling in de loop van het schooljaar (vervanging) vragen we om het formulier 'Melding van een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur van een leerkracht met RK godsdienst in zijn/haar opdracht' in te vullen.
Beide procedures gelden als vereenvoudigde voordracht. 

Leerplannen godsdienst

Het leerplan godsdienst voor het basisonderwijs, het raamplan godsdienst voor het buitengewoon onderwijs en het werklan godsdienst voor het kleuteronderwijs reiken een normatief kader aan voor de inhoud van het godsdientonderwijs.

meer informatie vindt u in de presentatie: juridisch statuut van het godsdienstonderwijs

functiebeschrijving RKG

Aanvullende functiebeschrijving voor een klasleerkracht basisonderwijs met godsdienst in de opdracht

Situering

Van alle personeelsleden die in een katholieke school tewerkgesteld zijn, verwacht de school dat ze loyaal meewerken aan de realisatie van het opvoedingsproject van de school. Voor een katholieke school heeft dat project een specifieke levensbeschouwelijke grondslag, namelijk het evangelie en de christelijke geloofstraditie. In de functiebeschrijving van alle personeelsleden wordt die loyauteit met het opvoedingsproject ook consequent als een wezenlijk element in de functiebeschrijving opgenomen. Het opvoedingsproject van de school geeft het opvoedingsideaal aan dat bij het onderwijs aan de kinderen vooropstaat, het expliciteert de einddoelen van de vorming van jonge mensen, die door een bepaald mens- en wereldbeeld zijn ingegeven. Bovendien geeft het aan hoe personeelsleden van een school vanuit dezelfde inspiratie samen school willen maken. Voor de katholieke basisscholen staan de componenten van dat concept overigens uitgeschreven in "Opvoedingsconcept voor de katholieke basisschool in Vlaanderen"(VVKBaO, 2000).

Voor personeelsleden met een expliciete pedagogische opdracht, dus voor al wie in een directe pedagogisch-didactische relatie met kinderen staat, is werken vanuit het opvoedingsproject van de school uiteraard zeer wezenlijk. In de modellen van functiebeschrijving voor leerkrachten staan dan ook verschillende taken, competenties en attitudes waarmee ze de levensbeschouwelijke inspiratie van het opvoedingsproject doorheen hun hele onderwijsaanbod vorm kunnen geven.

Het onderwijsaanbod van een school omvat naast de leergebieden uit het algemene onderwijsaanbod ook een expliciet levensbeschouwelijk aanbod. In alle katholieke scholen is dat het vak rooms-katholieke godsdienst. In de katholieke basisscholen is er bovendien de traditie dat de klasleerkracht dat vak geeft. Met dat laatste wordt bedoeld dat de kleuteronderwijzer de doelstellingen van het werkplan rooms-katholieke godsdienst in verschillende activiteiten met de kinderen nastreeft en dat de onderwijzer in het lager onderwijs het leerplan rooms-katholieke godsdienst in zijn lessen godsdienst en, waar zich een goede gelegenheid voordoet, ook in andere activiteiten tracht te realiseren.

De integratie van de opdracht godsdienst in de onderwijsopdracht van de leerkracht ligt onder andere in de lijn van het algemene pedagogische concept van het basisonderwijs. Vooral voor jonge leerlingen is een geïntegreerde aanpak van onderwijs zeer aangewezen. Kinderen ervaren de wereld of het leven immers als een samenhangend en zinvol geheel, zonder kunstmatige verdelingen door vakken met telkens een andere leraar.

Voor de functiebeschrijving van de leerkracht die godsdienst in zijn opdracht heeft, impliceert die organisatie van onderwijsopdrachten dat bij het opstellen van een functiebeschrijving taken, competenties en attitudes die bij het leerplan/werkplan r.-k.godsdienst horen, aan de algemene functiebeschrijving van de leerkracht worden toegevoegd.

Wat die opdrachten precies inhouden, is uitgeschreven door de Erkende Instantie rooms-katholieke godsdienst in overleg met diegenen die voor de inspectie en de begeleiding van de leerkrachten op het gebied van het godsdienstonderwijs verantwoordelijk zijn. Het betreffende document bieden we hierna aan.

In de inleiding op het document staat dat deze aspecten van de functiebeschrijving niet ter discussie mogen staan. Daarmee geven de auteurs terecht aan dat er op school aan de taken, competenties en attitudes geen andere dan de vermelde inhoud kan worden gegeven of dat bepaalde elementen niet geschrapt kunnen worden. Een katholieke school werkt immers met een leerplan/werkplan godsdienst met een gegeven inhoud en daar zijn de opdrachten van de leerkracht die voor dat leerplan instaat, aan gekoppeld.

Maar dat betekent niet dat beginnende leerkrachten alle opgesomde elementen al volledig moeten beheersen. Binnen ons concept houdt loopbaanbegeleiding immers ondersteuning van persoonlijke groei van mensen in. Verschillen tussen ‘leerkrachten met godsdienst in hun opdracht’ zijn altijd een gegeven waar de school constructief mee om moet zien te gaan. Zeker bij een complexe opdracht, die sterk aan groei op het gebied van zingeving en beroepsspiritualiteit gekoppeld is, dient de schoolgemeenschap aan de leerkrachten zowel ruimte als stimuli voor ontwikkeling te bieden. Voor dit laatste kunnen de leerkrachten overigens een beroep doen op de ondersteuning door de inspecteurs-adviseurs rooms-katholieke godsdienst.

Suggesties voor een aanvullende functiebeschrijving voor de godsdienstleerkracht in het katholiek basisonderwijs

Dit onderdeel van de functiebeschrijving voor de godsdienstleerkracht in het katholiek lager onderwijs is een aanvulling bij ‘het specifieke van de opdracht voor de klasleerkracht basisonderwijs met godsdienst in de opdracht’ (goedgekeurd Erkende Instantie rooms-katholieke godsdienst 6 november 2007). Deze aanvulling is bestemd voor die leerkrachten in katholieke lagere scholen die een opdracht RK godsdienstonderwijs hebben in meerdere klasgroepen (hetzij in het ambt van leermeester, hetzij in het ambt van onderwijzer). Het boven genoemde onderdeel ‘het specifieke van de opdracht voor de klasleerkracht basisonderwijs met godsdienst in de opdracht’ blijft onverkort van toepassing ook voor deze leerkrachten. In dit aanvullend onderdeel worden een aantal elementen aangereikt die op schoolniveau kunnen worden onderhandeld en geselecteerd om de bijzondere functie van de godsdienstleerkracht verder te beschrijven.

inlichtingenformulier

We vragen van elke school om ons elk jaar vóór 20 september te informeren over de concrete lesopdarcht R-K godsdienst van elke leerkracht. Daartoe vragen we om een inlichtingenformulier in te vullen per vestigingsplaats.

Naast algemene informatie over de school vragen we voor het lager onderwijs van elke leerkracht een overzicht van de inroostering van het vak godsdienst in het lessenrooster en de vermelding van het statuut van de leerkracht (tijdelijk, TADD of vast benoemd).

In het kleuteronderwijs worden er strikt genomen geen aparte lestijden godsdiest geroosterd. Godsdienst wordt immers geïntegreerd aangeboden binnen een BC. Daarom vragen we in het kleuteronderwijs geen lessenrooster, maar wel de vermelding van de leerkrachten met een opdracht godsdienst.

Voor het buitengewoon basisonderwijs is er en apart inlichtingenformulier met aandacht voor de verschillede onderwijstypes.

charter godsdienstleerkracht

Charter van de godsdienstleerkracht in katholieke lagere scholen van het bisdom Hasselt

Het statuur van de godsdienstleerkracht / leermeester godsdienst

Elke leerkracht die méér dan 6 lestijden godsdienst in zijn/haar opdracht heeft, wordt beschouwd als een godsdienstleerkracht. Voor een aanstelling in een opdracht als godsdienstleerkracht is voorafgaand overleg met en voordracht door de bevoegde kerkelijke overheid noodzakelijk. Dit geldt ook voor tijdelijke aanstellingen.

De kandidaat godsdienstleerkracht dient te beschikken over een getuigschrift dat door de bevoegde kerkelijke overheid daarvoor wordt gevraagd. In het bisdom Hasselt komen in aanmerking:

  • het getuigschrift van gediplomeerde in de Godsdienstwetenschappen
  • het diploma van een GLSO met optie R-K godsdienst B
  • het diplma van onderwijzer of kleuteronderwijzer, aangevuld met het getuigschrift van de basiscursus behaald aan een Hoger Instituut voor Godsdienstetenschappen
  • het diploma voor het godsdienstonderwijs in de lagere graad behaald aan een Hoger Instituut voor Godsdienstwetenschappen.
  • het getuigschrift van bedienaar van de R-K eredienst

Een engagement om de basiscursus aan een HIGW te volgen, is voorwaardelijk voldoende.

De godsdienstleerkracht kan aangesteld worden in het ambt van leermeester R-K godsdienst of in het ambt van onderwijzer of in een combinatie van beide.

De godsdienstleerkracht draagt niet als enige de verantwoordelijkeheid voor het godsdienstonderwijs op school. Hij/zij heeft wel een bijzondere ondersteunenede en coördinerende opdracht voor het geheel van het godsdienstonderwijs.

In het kader van het godsdienstonderwijs

Als we spreken over godsdienstonderwijs, bedoelen we het vak godsdienst. Er dient een onderscheid gemaakt tussen de lessen godsdienst en pastoraal op school, ook al zijn ze niet volledig van elkaar te scheiden. In het katholiek lager onderwijs worden aan dit vak per week drie lestijden van vijftig minuten toegekend. Hiervan geeft de godsdienstleerkracht één of twee lestijden. De klastitularis neemt de overige lestijd(en) voor zijn/haar rekening. In overleg met de verantwoordelijke inspectuer-adviseur RKG kunnen ook andere mogelijkheden besproken worden.

Het leerplan godsdienst is normerend voor de doelen en de inhouden van de lessen R-K godsdienst, ook van de lestijden die de godsdienstleerkracht opneemt. De jaarplanning voor R-K godsdienst en de verdeling van de inhouden van de lessen gebeurt daarom in overleg tussen de klastitularissen en de godsdienstleerkracht. Wij suggereren dat de leerkacht die instaat voor één van de drie lestijden best de lessen over het liturgisch-pastoraal jaar voor zijn/haar rekening neemt.

De godsdienstlessen dienen als volwaardige lessen van vijftig minuten beschouwd en ook gegeven te worden. Indien de lessen lichamelijke opvoeding en godsdienst gekoppeld  worden, bijvoorbeeld om overleg tussen de klastitularissen mogelijk te maken, dient dit zo te gebeuren, dat de verplaatsing, het omkleden enz. voor de lessen lichamelijke opvoeding niet eenzijdig op het lesuur godsdienst verhaald worden. De lestijden voor godsdienst zijn decretaal bepaald en dienen ook als dusdanig behandeld te worden.
Indien de godsdienstleerkracht over een eigen leslokaal beschikt, zal men het afhalen en terugbrengen van de leerlingen bij het begin en het einde van de les godsdienst regelen binnen het schoolteam, zodat het haalbaar blijft voor de godsdienstleerkracht en er niet teveel tijd van de godsdienstles dient afgenomen te worden.

Het toetsen, evalueren en rapporteren voor het vak godsdienst gebeurt zoals voor de andere vakken. Zowel de klastitularis als de godsdienstleerkracht toetsen de verwerking van de leerstofgedeelten die zij hebben gegeven. Zij spreken onder elkaar af hoe over het geheel van deze evaluatie gerapporteerd wordt. Aansluitend bij het leerplan zal er voor het vak godsdienst geëvalueerd en gerapporteerd worden over de doelen van het godsdienstonderwijs: de kennisdimensie breed gezien, levensbeschouwelijke vaardigheden en het effect op de groei van het kind.

In het kader van het opvoedingsproject van de katholieke school

Het behoort tot de essentie van het opvoedingsproject van een katholieke school dat kansen worden gegeven tot geloofsbeleving in het dagelijkse leven van de school, in de omgang met elkaar en in projecten. Daarnaast zijn er bijzondere momenten waarop het geloof meer expliciet wordt beleefd: in bezinning en rituelen. Dit alles uiteraard met het nodige wederzijds respect voor andere overtiuigingen.

De schoolgemeenschap bepaalt zelf, in het kader van het eigen opvoedingsproject en het schoolwerkplan, de soort en het aantal van deze vieringen. Ook deze planning maakt wezenlijk deel uit van de concretisering van het EOP in het SWP.

De verantwoordelijkheid van deze activiteiten is een zorg voor heel de school. Een werkgroep pastoraal kan  daarin een stuwende functie hebben. De godsdienstleerkracht kan binnen de werkgroep pastoraal de dragende kracht zijn. Daarom kan het zinvol zijn om de godsdienstleerkracht een aantal uren klasvrij te maken met uren beleidsondersteuning. Op die manier kan hij/zij de coördinatie van de pastorale werking mee uitbouwen. Voor de concrete uitwerking van de pastorale activiteiten dragen alle leden van het team een verantwoordelijkheid.

Pastorale activiteiten, evenals de voorbereiding en inoefening ervan, kunnen niet enkel gepland worden tijdens de godsdienstlessen. Ze zijn een concretisering van de idnetiteit van de school en dienen daarom evenredig verdeeld te worden  over alle leergebieden. Het kan niet dat ze altijd verhaald worden op de lessen van de godsdienstleerkracht.

Gezinsvieringen, kindernevendiensten e.d. van de parochie vallen als dusdanig buiten het schoolverband. Ze behoren niet tot de opdracht van de school. Uiteraard kunnen - gezien de band tussen parochie en katholieke basisschool - hierover wel afspraken gemaakt worden op vrijwillige basis.

De vorming van de godsdienstleerkracht

De godsdienstleerkracht dient aanwezig te zijn op de studiedagen die ingericht worden door de godsdienstinspectie. Het gaat hier om twee namiddagen en één ganse dag per schooljaar. Voor de godsdienstleerkracht geldt hierbij dezelfde regeling als voor alle leerkrachtren die tijdens de schooluren vormingssessies volgen, ook voor wat de onkosten betreft.

Elke dinsdagnamiddag komen in Hasselt en Maaseik godsdienstleerkrachten samen voor overleg en voor het ontwikkelen van materialen. Deze bijeenkomsten worden gezien als een schooloverstijgend overlegmoment. Er wordt op aangedrongen dat de godsdienstleerkrachten de dinsdagnamiddag op dit overleg aanwezig kunnen zijn en die namiddag dus geen lesopdracht hebben. De dinsdagnamiddag kan in de plage-uren worden opgenomen.

De godsdienstleerkracht binnen het schoolteam...

De godsdienstleerkracht maakt deel uit van het  schoolteam. Hij/zij wordt, net al andere personeelsleden, mee ingeschakeld voor toezichten en andere bijkomende taken die tot het normale leven van de school behoren. Indien er meerdere vestigingsplaatsen zijn waar de godsdienstleerkracht een opdracht heeft, dient men rekening te houden met de tijd die de verplaatsingen vergen.

Stagairs die binnen hun stageopdracht ook lessen godsdienst verzorgen, maken best ook met de godsdienstleerkracht afspraken.

Wanneer de lessen van de godsdienstleerkracht en de lessen lichamelijke opvoeding aan mekaar gekoppeld worden, heeft dit als gunstig effect dat klastitularissen klasvrij zijn voor overleg. Dat is evenwel een neveneffect. het kan niet betekenen dat de afwezigheid van godsdiensteleerkrachten voor vorming e.d. tot spanningen leidt met de klastitularissen, die zogenaamd hun overleg dan moeten missen.

Als de godsdienstleerkracht aanwezig moet zijn bij extra-muros activiteiten tijdens zijn/haar lesopdracht, kan de lestijd R-K godsdienst niet gerecupereerd worden op een ander moment.

Voor het invullen van het aanwezigheidsregister gelden de normale regels: het wordt ngevuld bij het begin van de voor- en namiddag. Dit gebeurt door de leerkracht die op dat ogenblik les geeft. Desgevallend ook door de godsdienstleerkracht. Eenvormigheid voor de hele school is aangewezen.

Het bijwonen van personeelsvergaderingen en door de school ingerichte pedagogische studiedagen is verplicht. De godsdienstleerkrachten zijn zoals alle leerkrachten lid van het schoolteam en moeten op de hoogte blijven van het geheel van het schoolgebeuren en van de praktische schikkingen van de schoolorganisatie. Voor leerkrachten die een opdracht hebben in meerdere scholen zal men in deze een zekere wijsheid betrachten. Daarom worden tussen de betrokken scholen hierover best afspraken gemaakt bij het begin van het schooljaar.

Activietiten zoals schoolfeesten, boekenbeurzen, wandelingen, eetdagen e.d. die georganiseerd worden in functie van de school woorden door alle leerkrachten, ook door de godsdienstleerkracht, solidair gedragen, evenredig met de opdracht van de godsdienstleerkracht in de school.

Deelname aan of afwezigheid bij de buitenschoolse activiteiten, zoals parochiale, gemeentelijke,socio-culturele activiteiten, zijn niet verplicht en steunen op vrijwillige basis.